Fluisterboten en hageljachten

Beste vrienden en volgers,

Vandaag komen we terecht in Frederiksoord. Op het eerste gezicht is het een vredig en knollig Drenths dorp. Maar hier begon in 1818 een opmerkelijk stuk Nederlandse geschiedenis. Het landgoed Westerbeek dat hier lag werd aangekocht door Johannes van den Bosch van de Maatschappij van Weldadigheid. In de stedelijke gebieden in het westen van Nederland woonden veel arme verschoppelingen – paupers – . Deze moesten naar een menswaardig en godvruchtig bestaan worden begeleid. Hiertoe werden verkozen lieden naar Drenthe getransporteerd en gehuisvest in eenvoudige behuizingen om het land te bewerken. Er was verplicht kerkbezoek, geen drank, scholing voor de kinderen en een ziekenfonds. In Veenhuizen was ook een kolonie. Het schijnt dat personen uit oudere takken van onze stamboom hier hebben verbleven.





In Frederiksoord staan nog vele van de oorspronkelijke boerderijtjes, netjes gespatieerd over het terrein, en ze zijn uiteraard nog bewoond. We maken gretig gebruik van het aardige Paaszonnetje om een en ander te inspecteren. We lopen langs de bakkerij, de doktersvilla, het huis van de opzichter en het oude huis, waar heden het Logement Frederiksoord is gevestigd. Het eerste koloniehuis uit 1818 is gesloopt in de twintiger jaren wegens enstige bouwvalligheid, maar is gemarkeerd in het grasveld.

Het Sterrenbos is een overblijfsel van het oude landgoed en is in de achttiende eeuw aangelegd naar Frans voorbeeld. Alle paden leiden naar de centrale open plek waar een lindeboom staat.Je kon er fijn wandelen en je gasten imponeren, of met ze op jacht gaan of hout oogsten voor de winterse houtkachels. Voor hedendaagse dagjesmensen is het nog steeds prettig toeven.



Giethoorn ligt niet ver van Frederiksoord, en al helemaal niet als je gewend bent om transatlantisch te vliegen om iets van de wereld te zien. Voordeel van Covid en het voorspelde ruwe Paasweer is dat we Giethoorn vrijwel voor onszelf hebben. De drommen ver-Oosterse toeristen ontbreken geheel en we genieten van de knollige huisjes aan de smalle kanalen, en de frisse bloesems in de tuinen, het standbeeld van Albert Mol, in brons gegoten, maar momenteel vernikkelend. Als je vroeger een boot huurde in Giethoorn, kreeg je een punter mee met een boomstok. Tegenwoordig is de punter voorzien van fluisterstille electrische buitenboordmotor. Maar de animo is vandaag gering. Met de benenwagen blijf je tenmiste warm. Café Fanfare uit de illustere film van Bert Haanstra is natuurlijlijk niet besteed aan de bezoekende Chinees, maar het maakt in ieder geval bij ons toch wel wat los.









Niet veel later worden we toch nog onverwacht getracteerd op dichte hageljachten en felle windstoten. Maar gelukkig zitten we dan al in de auto op weg naar Wilhelminaoord, weer een veenkolonie. De oude behuizingen worden hier gemoderniseerd en klimaatproof gemaakt. En zo te zien is er hier volop animo om hier te wonen.Kompleet met zonnepanelen en warmtepompen.



Thuisgekomen vinden we ons zonneterras vol gehageld, echter wel met een zonnetje, dat evenwel meteen weer verdwijnt, en toch weer verschijnt. Wisselvallig weer heet dat. Gelukkig wel met leuke muziek op de boord radio.





Reacties